Nu aan het lezen:

Bertolucci’s autonomie van de kunst herzien

Bertolucci’s autonomie van de kunst herzien

 

Eind 2018 stierf de veelgeprezen regisseur Bernardo Bertolucci. Hij schreef en regisseerde niet alleen grootse epische films zoals Novecento en The Last Emperor en de stilistisch innovatieve Il conformista, maar ook de controversiële erotische film Last Tango in Paris. In deze film uit 1972 hebben een 45-jarige weduwnaar, gespeeld door Marlon Brando, en een 19-jarige verloofde vrouw, Maria Schneider, een reeks seksuele ontmoetingen in een leeg appartement dat ze beiden willen huren, zonder dat ze elkaar beter leren kennen. Het was een film die veel losmaakte — en dat is het nog steeds, maar om andere redenen.

De explicite seksscènes, de anonimiteit van de ontmoetingen en zelfs de openlijke biseksualiteit van de jonge hoofdrolspeelster zorgden destijds voor veel ophef. Wikipedia geeft een verbazingwekkend overzicht. Sommige critici beschreven de film als ‘pornografie vermomd als kunst’; Britse censoren gaven hem een X-rating. Een keuring die voor sommige conservatieven nog te licht was. In New York werden bioscoopgangers lastig gevallen door omstanders die ze ‘perverselingen’ en ‘homo’s’ noemden. In verschillende landen was de film verboden en in Italië kregen de belangrijkste participanten van de film (waaronder Bertolucci en Brando) zelfs voorwaardelijke gevangenisstraffen.

Tegelijkertijd werd de film door critici en publiek ook geprezen als een baanbrekend meesterwerk. Pauline Kael schreef een van haar beroemdste recensies over Last Tango in Paris. Ze gaf een diepgaande interpretatie van het verhaal en de innovatieve kijk op seks in de film: niet simpelweg een mechanische daad, maar de uitdrukking van de drijfveren van de personages. Daarnaast ontmaskert de film volgens haar Amerikaanse mannelijkheid. Ze had ook oog voor de vloeiende camerastijl en vond sommige scènes lijken op aria’s. Bertolucci werd in haar stuk vergeleken met vele grote filmmakers uit het verleden, waaronder Jean Renoir, Jean Vigo, Marcel Carné, Josef von Sternberg en Max Ophüls. Andere recensenten, zoals Roger Ebert, prezen het naturalisme van het acteren dat tot uiting kwam in levensechte scènes. Deze critici benadrukten precies die elementen van een kunstwerk die het juist dat maken, kunst.

Last Tango in Paris is een treffend voorbeeld van een kunstwerk waarin esthetiek en ethiek botsen. In de kunstwereld is het gebruikelijk dat kunst uitsluitend wordt beoordeeld op basis van esthetische criteria, zoals de innovativiteit in vorm en stijl, de complexiteit of diepgang van de inhoud, en in bepaalde gevallen de authenticiteit van wat wordt afgebeeld. Morele oordelen, die anderen in de samenleving misschien hebben, moeten terzijde worden geschoven.

Dit idee stamt uit de negentiende eeuw. Het komt voort uit een misvatting van ideeën van Kant en Schiller over het onderscheid tussen het Schone (esthetica) en het Goede (ethiek). Deze grote, achttiende-eeuwse Duitse denkers scheidden deze twee concepten op analytisch vlak, maar zonder ze volledig los te zien van elkaar: het Schone moet in dienst van het Goede staan, kunst is bedoeld om de mens te verbeteren. Denkers in het post-revolutionaire Frankrijk namen dit onderscheid tussen de twee concepten over, maar interpreteerden het als een volledige autonomie van de kunsten, ongeacht mogelijke morele voordelen of bezwaren. Kunst moet omwille van de kunst zijn, niet omwille van de moraal (of geld). Dit idee vormt de kern van het modernisme, dat aan het begin van de twintigste eeuw zijn hoogtepunt bereikte, zoals in de literatuur (Virginia Woolf), beeldende kunst (Wassily Kandinsky) en muziek (Igor Stravinsky). Het is een overtuiging die nog steeds heerst, hoewel maatschappelijk engagement van kunst vaak eveneens belangrijk wordt geacht. Opvallend genoeg vergeleek Pauline Kael zowel de geschokte als de verbaasde reacties bij de eerste Amerikaanse vertoning van Last Tango in Paris in 1972 met de rel bij de première van Stravinsky’s Le sacre du printemps in 1913. Dit incident wordt vaak gezien als het schoolvoorbeeld van de artistieke revolutie tegen het burgerlijke establishment.

Deze stelregel — kunst omwille van de kunst, vorm boven inhoud, esthetiek boven ethiek — dient als een ideaal verdedigingsmechanisme tegen morele bezwaren tegen kunst. Kunst is een vrijplaats waar de regels van de samenleving ‘daarbuiten’ er niet toe doen. Binnen de muren van een museum of een theater kun je doen wat je wilt; het publiek zal het opvatten als iets heiligs op zichzelf: kunst. Bovendien is kunst de plaats om de grenzen te verleggen, taboes te doorbreken, beelden te bestormen. Conservatieve, reactionaire, religieuze en preutse critici kunnen bezwaar maken wat ze willen, maar in de kunstwereld trekken we ons er niets van aan.

Dit ‘systeem’ werkt zolang de kunstenaars zichzelf zien als progressief — zoals vaak het geval is — en hun morele critici als conservatief. Bertolucci was een marxist en een iconoclast, terwijl zijn criticasters familiewaarden propageerden en zich verzetten tegen losbandige seks. Wat we de laatste tijd echter zien, is een forse toename van morele bezwaren tegen kunstwerken vanuit een progressieve hoek. Kunst die seksistisch, racistisch of homofoob is of zich andere culturen toe-eigent komt steeds meer onder vuur te staan. Kunst kan esthetisch mooi zijn, een grap van een cabaretier kan een originele clou hebben, maar wanneer het op de een of andere manier vrouwen, mensen van kleur of LGBT-personen kwetst, wordt het onder een vergrootglas geplaatst. Vaak is het niet de kunst zelf die het probleem is, maar de kunstenaar. Kunnen we bijvoorbeeld nog steeds een film met Kevin Spacey bekijken zonder na te denken over de beschuldigingen die hem boven het hoofd hangen? Kunstwerken worden ook met terugwerkende kracht bekritiseerd. Wolfgang Amadeus Mozarts opera Die Zauberflöte is ontdaan van zijn meest misogyne en racistische scènes. Een schilderij uit 1896 van J.W. Waterhouse is onlangs uit de Manchester Art Gallery verwijderd vanwege overeenkomsten met #MeToo-situaties (hoewel dit al snel een publiciteitsstunt bleek te zijn); en zelfs fans van Friends moesten homofobe afleveringen van hun geliefde serie herwaarderen. Natuurlijk zijn dergelijke debatten niet geheel nieuw — in 1972 bekritiseerde een feministische groep de ‘mannelijke overheersing’ in Last Tango in Paris — maar de kracht, reikwijdte en impact van de huidige discussies breiden zich uit.

Een ander aspect van dit type kritiek is de manier waarop een kunstwerk tot stand kwam. Hier keren we terug naar Last Tango in Paris. Decennia na de release van de film onthulde actrice Maria Schneider in 2006 hoe Bernardo Bertolucci en Marlon Brando haar seksueel hadden vernederd, met name in een anale verkrachtingsscène. Zonder haar voorkennis (of pas net voor de opname) en zonder haar toestemming, had Brando boter als glijmiddel gebruikt. Schneider voelde zich verkracht en hield Bertolucci verantwoordelijk. Last Tango in Paris werd hierdoor opnieuw controversieel. Dit verhaal is verschillende keren in de publiciteit gekomen: na de dood van Schneider in 2011, en vooral in een interview met Bertolucci op de Nederlandse televisie in 2013, waarin hij enig berouw had getoond. Hij verklaarde dat hij zich schuldig voelde tegenover haar, maar stelde dat hij geen spijt had van zijn beslissing. Hij wilde haar pure reactie vastleggen in plaats van haar vernedering en woede te laten spélen. Vandaar dat hij zich schuldig zei te voelen als persoon, niet als kunstenaar. Hij zei daarover: ‘To make movies, sometimes, to obtain something, I think that we have to be completely free.’

Met andere woorden, om iets esthetisch te maken, in dit geval iets authentieks, kan je ethische bezwaren terzijde schuiven. Het is het modernistische verdedigingsmechanisme tegen morele bezwaren tegen kunst die we de afgelopen eeuw zo goed hebben leren kennen. Wanneer de critici echter van dezelfde — progressieve — kant zijn zoals de meeste kunstenaars, wordt dit standpunt ongemakkelijker. Vooral als deelnemers binnen de kunstwereld zelf protesteren, zoals acteurs Jessica Chastain en Chris Evans na het zien van het Bertolucci-interview. De situatie wordt daarmee onhoudbaar. Veel kunstenaars benadrukken nog steeds de autonomie van hun kunst (‘I think that we have to be completely free’) wanneer ze worden geconfronteerd met morele kritiek op seksisme en vergelijkbare zaken en ze weigeren zichzelf te ‘censureren’. Sommigen zeggen zelfs met spijt dat preutsheid weer terug is, na de ‘bevrijdende’ jaren zeventig, zonder te beseffen dat de huidige kritiek van een heel ander type is.

Steeds meer kunstenaars houden echter rekening met deze toenemende kritiek, of het nu is vanuit angst voor Twitter-rellen en boycots — sociale media kunnen de impact van dergelijke kritiek nu eenmaal vergroten — of door groeiend bewustzijn. Dit kan per gelegenheid verschillen, maar over het algemeen heb ik het gevoel dat er een verschuiving plaatsvindt. Kunnen we kunst nog steeds verdedigen als een puur autonome plek die niet aan de normen van de rest van de samenleving hoeft te voldoen? Zorgen de huidige debatten voor een einde aan het modernistische paradigma dat al zo lang standhoudt? Of is dit gewoon een krachtige maar tijdelijke tendens? Dit blijven op dit moment nog open vragen.

Dus, kunnen we Last Tango in Paris nog steeds herbekijken? In de necrologie van filmcriticus Joyce Roodnat – die zelf een #MeToo-uitspraak had gedaan over de veelgeprezen filmmaker Claude Lanzmann – schreef zij: ‘Bedankt Bernardo Bertolucci. Je films hebben mijn leven veranderd. Ik vergeef je alles.’ Dat laatste gaat misschien wat ver, maar wat mij betreft kunnen we – met gemengde gevoelens – blijven kijken naar deze klassieker. Maar bij kunstwerken die nú gemaakt worden, komen de makers er niet meer zo makkelijk vanaf.

Dit artikel verscheen eerder in het Engels op de website Culture Weekly.

Leuk? Deel het even!
Typ en klik enter om te zoeken