Nu aan het lezen:

Berlinale 2019 in 10 films (deel II)

Berlinale 2019 in 10 films (deel II)

Hoewel de meeste aandacht in de publiciteit uitgaat naar het commerciële hoofdprogramma, heeft de Berlinale veel meer te bieden. Het aanbod, variërend van vrouwenfilms tot muziekdocumentaires, van thrillers tot sociale actiefilms, is bijzonder breed en de moeite waard. Helaas wordt er in de pers vaak weinig aandacht aan deze films besteed. Onterecht volgens Sofie Maas die dat illustreert aan de hand van wat onderbelichte films.

Vooral de films die geselecteerd zijn voor de Forum & Forum Expanded sectie van het Berlinale programma zijn interessant. Vrijwel zonder uitzondering betreft het hier producties die op de een of andere manier in cinematografisch opzicht belangrijk zijn. Denk hierbij aan min of meer marginale hedendaagse regisseurs, voor de filmgeschiedenis belangrijke producties of vrijwel vergeten meesterwerken. Variety uit 1983 is daar een goed voorbeeld van. Deze film, geschreven door de invloedrijke schrijfster Kathy Acker, naar een idee van de regisseur Bette Gordon, is een heuse feministische klassieker, die op onderhoudende en interessante manier de traditionele machtsverhoudingen tussen man en vrouw omkeert.

Variety

Het verhaal is simpel: gedwongen door geldtekort neemt de jonge Christine (gespeeld door Sandy McLeod) een baantje aan als kassière in een New Yorkse erotische bioscoop. Opgesloten in het glazen kassahuisje voor de ingang, wordt zij evenzeer tentoongesteld als de vrouwen op het scherm. Anders dan de voorstelling van vrouwen in de meeste erotische films die de waarden van de patriarchale samenleving weerspiegelen, wordt Christine hier juist niet geportretteerd als een hulpeloze en weerloze vrouw. Zij wordt niet ongestraft vernederd en tot slachtoffer gemaakt door haar mannelijke tegenspelers. In tegendeel, haar gedrag beantwoordt volstrekt niet aan de vastgestelde traditionele tweedeling in de cinema, tussen de actieve man en de passieve vrouw. Als een bioscoopbezoeker haar mee uitvraagt en vervolgens zonder verklaring in de steek laat, weigert zij dat zomaar te aanvaarden. Christine neemt zelf initiatief en zet de achtervolging in, die uiteindelijk eindigt met een confrontatie, waarmee Christine in plaats van de ‘the bearer of meaning’, de ‘maker of meaning’ wordt.

Een andere titel die bijzonder de moeite waard bleek, was De quelques événements sans signification, van de Marokkaanse regisseur Mostafa Derkaoui. Deze film uit 1975 onderzoekt de kenmerken van de in de jaren zeventig opkomende nationale Marokkaanse cinema. Om een bepaalde nationale cinema te creëren en te bevorderen, is het nodig, zoals filmhistoricus Thomas Elsaesser in zijn onderzoek heeft vastgesteld, om nationale verschillen naar de achtergrond te verdringen en overeenkomsten te benadrukken.

De eerste scènes die Derkaoui ons voorschotelt, lijken de titel volledig te rechtvaardigen. Schijnbaar betekenisloze gebeurtenissen rijgen zich aaneen als de camera focust op een man die herhaaldelijk om een glas water bij zijn wijn vraagt in een drukke bar. Net als de kijker zich begint af te vragen wat de zin is van dit alles, loopt plotseling de regisseur het beeld in om regieaanwijzingen te geven. Wat volgt is een allesbehalve betekenisloze cinematografische verhandeling over rol en betekenis van de nationale film in de Marokkaanse samenleving. Door een samenloop van feit en fictie worden geacteerde scènes verweven met straatinterviews. Zo ontstaat geleidelijk de typische jaren zeventig conclusie dat de nieuwe cinema minder elitair moet zijn en op een realistische manier sociale en politieke problemen aan de orde moet stellen. En uiteindelijk doet De quelques événements sans signification dat door een prachtig beeld van de Marokkaanse samenleving van veertig jaar geleden te geven.


De quelques événements sans signification

Dit jaar stonden er opmerkelijk veel digitale restauraties op het programma. De documentaire Egaro Mile (Eleven Miles) uit 1991 van de Indiase regisseur Ruchir Joshi, was daar een van. Deze documentaire over de Bauls, een eeuwenoude sekte van rondreizende mystici en muzikanten uit Bangladesh, die al dansend de goddelijkheid van de mens bezingen en universeel broederschap prediken, duurt twee uur en veertig minuten, maar verveelt geen moment. Joshi laat zien hoe gedurende de jaren tachtig, toen hij met filmen begon, de Bauls ‘ontdekt’ werden door de westerse wereld. Dit leidde uiteindelijk tot een culturele transformatie waarbij de authenticiteit werd gecorrumpeerd door commercialisering. De ware Baul werd zo verdrongen door de zogenaamde ‘professionele Baul’ die meer belust is op de verkoop van muziek, dan op belangeloze omarming van de medemens. Aan het begin van de documentaire vertelt de verteller dat ‘film misschien een compartiment van een trein is, die tegelijkertijd in verschillende richtingen vertrekt.’ Wie deze bijzondere cinematografische reis meemaakt, kan niet anders dan hier mee instemmen.

In Die Sieger (1994) van Dominik Graf escaleert een onverwachte politie-operatie in een spiraal van geweld en dood. Ondanks de mening van zijn meerderen over het voorval weet Speciaal Agent Karl Simon (Herbert Knaup) wat er echt is gebeurd: tijdens de operatie is hij neergeslagen door zijn voormalige collega Heinz Schaeffer (Hannes Jaenicke). Maar dit vormt een probleem, aangezien Heinz zich een aantal jaren daarvoor van kant heeft gemaakt. Betreft het hier een hallucinatie? Een door de overheid georganiseerd complot? Of een schimmige clandestiene operatie? Dat Olaf Möller en Christoph Huber Die Sieger beschouwen als een van de meest naargeestige en sombere films die is gemaakt over de eerste jaren van het herenigde Duitsland, laat zich begrijpen. Het plot waarin staatsterrorisme, politieke machinaties en de geheime dienst innig zijn verweven, is bij Graf in goede handen. Deze veteraan, die vanaf de jaren zeventig in de WDR bekendheid verwierf met tv-crimi’s, levert hier een zwarte en tegelijkertijd opwindende triller die na het zien nog dagen na blijft leven in het geheugen.

Die Sieger

De laatste films die ik wil noemen zijn beiden gemaakt door het feministisch Indiase filmcollectief gemaand Yugantar, dat tussen 1980 en 1983 actief was en in totaal vier films produceerde. Hiervan werden er twee in Berlijn vertoond: Tambaku Chaakila Oob Ali uit 1982 en Idhi Katha Matramena uit 1983. Beide films zijn uniek wanneer het aankomt op hun inhoud en de manier waarop ze deze inhoud benaderen, want zij bieden een blik op gebeurtenissen in delen van de Indiase samenleving die anders verborgen zouden zijn gebleven, vanuit een strikt vrouwelijk perspectief.

Tambaku is een cinematografisch essay, samengesteld uit beeldmateriaal van vooral onbekende stakingen van werkneemsters van de tabaksfabriek in Nipani. Intrigerende beelden van over acties debatterende arbeidsters, worden afgewisseld met beelden die de verschrikkelijk zware omstandigheden vastleggen waarin zij gedwongen zijn te werken en beelden van de stakingen zelf. Samen vormt dit een emotionerend portret van deze vrouwen, hun solidariteit, strijdlust en moed.


Idhi Katha Matramena

Idhi Katha Matramena is even bijzonder als verontrustend. Voor deze korte film werkte Yugantar samen met het gelijkgestemde collectief Stree Shakhti Sanghatana. Met gebundelde krachten maakten zij een film over huiselijk geweld en de schrikbarend ondergeschikte positie van de vrouw in de Indiase samenleving. De hoofdrolspeelster (Lalita K., zelf onderdeel van Stree Shakhti Sanghatana) is na een zelfmoordpoging in het ziekenhuis terechtgekomen. Aan de hand van flashbacks wordt een beeld geschetst van een bestaan waarin zij als echtgenote wordt rond gecommandeerd door haar man en schoonfamilie, en onontkoombare routines en verplichtingen haar de wil om te leven doen verliezen. De doelloze zinledigheid van een leven als ondergeschikte in een patriarchale samenleven, is zelden effectiever aangetoond.

Tot slot nog iets over de begeerde filmprijzen en de wisseling van de festivalwacht. Dit jaar werd de Gouden Beer uitgereikt aan Synonymes van Nadav Lapid, terwijl de Zilveren Beer ging naar Grâce à Dieu van François Ozon. De 69e award ceremony betekende het einde van de lange carrière van Dieter Kosslick als creatief directeur van de Berlinale. Hij zal worden opgevolgd door de voormalig creatief directeur van het filmfestival van Locarno, Carlo Chatrian, die het merendeel van zijn programmeurs zal meenemen naar Berlijn. Welke kant het op zal gaan met het festival zullen we volgend jaar zien.

Leuk? Deel het even!
Typ en klik enter om te zoeken