Nu aan het lezen:

Béla Tarr – strijdlustig tot het eind der tijden

Béla Tarr – strijdlustig tot het eind der tijden

De Hongaarse grootmeester Béla Tarr besloot in 2011 dat het genoeg was. In dat jaar maakte hij zijn laatste film The Turin Horse. Na het draaien vond hij dat alles wat hem betreft gezegd was. Het boek over de mensheid was uit. Maar speciaal voor EYE maakte hij vorig jaar nog een korte film, als onderdeel van een bijzondere tentoonstelling over zijn werk waar hij nauw betrokken bij was. Afgelopen vrijdag opende Tarr zelf in een bomvol EYE de opening.

Zeg Béla Tarr en elke cinefiel ziet meteen lange shots met een langzaam bewegende camera voor zich. Geschoten in stemmig zwart-wit, waar de Oost-Europese grauwheid in bijna elk frame wel terugkomt, of het nu arbeidershuisjes zijn waar dampende aardappels als enig voedsel op tafel staan, fabrieken waar massa’s arbeiders zwijgend doorheen marcheren of cafés waar de armoede wordt weggedanst en verdrongen met veel drank.

Tarr wordt, ondanks zijn zeer bescheiden oeuvre van nog geen tien speelfilms, beschouwd als één van de grote regisseurs van deze tijd. Films als het ruim 7 uur durende Sátántangó (1994) en Werckmeister Harmóniák (2000) hebben zijn positie in het filmlandschap even stabiel verankerd als Tarrs cameravoering. Nadat hij het filmmaken opgaf, begon hij in Sarajevo de ‘film.factory’ waar docenten als Apichatpong Weerasethakul, Tilda Swinton, Juliette Binoche en Gus van Sant een groep jonge filmmakers de kneepjes van het filmvak bijbrachten.

Sátántangó (foto: EYE)

Vorig jaar moest Tarr vanwege geldgebrek met de filmschool stoppen. Maar zijn creatieve drang is daarmee niet verdwenen. Toen EYE hem vroeg om een tentoonstelling samen te stellen, zei de nu 61-jarige regisseur volmondig ja. Hij heeft immers een voorliefde voor Nederland, waar zijn goede vriend Hubert Bals (oprichter van het IFFR), vandaan kwam. Met een snik in zijn stem haalde Tarr tijdens de persconferentie vrijdag dierbare herinneringen op aan de in 1988 overleden Bals.

De tentoonstelling is, naast een mooi opgezet thematisch overzicht van Tarrs oeuvre, ook een politiek statement. Niet vreemd, want Béla Tarr heeft zich de afgelopen jaren flink geroerd in het vluchtelingendebat. Zo schreef hij in 2015 mee aan een brief die opriep tot solidariteit met vluchtelingen in Europa.

“In the name of our humanity, our principles and values, we call upon the authorities and people of our region to demonstrate practical solidarity towards refugees so that they may find safe haven in our midst and enjoy freedom to choose their own future.”

Als je de tentoonstelling in EYE binnenloopt, komt je meteen in een gang terecht met aan beide kanten hekken en prikkeldraad en erachter foto’s van vluchtelingen. Het felle licht van grenslampen doet haast pijn aan je ogen. Aan het eind van de gang zien we – alsof het nog niet duidelijk genoeg was – journaalbeelden van opgejaagde vluchtelingen. De boodschap is helder. Béla Tarr is boos.

Foto: Nico van den Berg

Ondanks het sterke beeld doet het helaas wel afbreuk aan het werk van Tarr. De kracht van zijn films is de combinatie van een abstracte werkelijkheid en een humanistische blik. Nergens in zijn werk kaart hij misstanden aan die je direct aan de actualiteit kan relateren. Dat maakt de zeggingskracht van zijn films ook zo groot. Zo’n vluchtelingeninstallatie neigt al snel naar pamfletisme, ook al is de ervaring om er doorheen te lopen wel bijzonder.

Foto: Studio Hans Wilschut/EYE

Maar wat de tafel en het bord aardappelen uit The Turin Horse, en in mindere mate de door windmachines geteisterde boom, in de tentoonstelling doen, is me echt een raadsel. Dit soort anecdotische aankleding doet echt afbruik aan de verder sober vormgegeven ruimtes. De rest van de tentoonstelling concentreert zich gelukkig op zorgvuldig uitgekozen fragmenten uit zijn films, die met elkaar een prachtige dialoog aangaan. Ontroerend is de korte film Muhamed, die Tarr speciaal voor de tentoonstelling maakte. We zien een zigeunerjongetje in een troosteloos winkelcentrum accordeon spelen. Door eerst uit en daarna weer in te zoomen krijgt het beeld letterlijk context. De blik van de jongen boort direct je hart in. Tijdens de persbezichtiging werd iemand bij deze film zelfs zo geraakt, dat hij in snikken uitbarste. Hier is geen grenshek of krakende boom voor nodig, een simpel beeld van een spelende jongen is vele malen effectiever.

Het geheim van Béla Tarr? Hij ontsluit met zijn werk de ziel van de kijker. Dan ben je pas een grote kunstenaar.

 

Leuk? Deel het even!
Typ en klik enter om te zoeken