Nu aan het lezen:

Another Day of Life

Another Day of Life

‘Dit is een zeer persoonlijk boek, een boek over eenzaamheid en verlatenheid.’ Zo begint het voorwoord van de Poolse journalist Ryszard Kapuściński bij zijn boek Nog een dag, over de burgeroorlog in Angola. Het boek werd gepubliceerd in 1976, toen niemand nog kon vermoeden dat deze oorlog zou voortduren tot 2002, en wordt nu door Raúl de la Fuente en Damian Nenow als animatiefilm naar het grote doek gebracht.  

Kapuściński’s boek leest als een variant op Joseph Conrads Heart of Darkness, het is een tocht door een almaar ondoordringbaardere hel. De hoofdlijnen van het conflict zijn nog best overzichtelijk. Er waren op dat moment twee grote strijdende partijen: de MPLA en FNLA, bevrijdingsbewegingen die na de onafhankelijkheidsverklaring in 1975 letterlijk en figuurlijk een race naar hoofdstad Luanda met elkaar aangingen. Maar op de achtergrond wordt het al complexer. Want het conflict werd internationaal een factor op het schaakbord van de Koude Oorlog. De MPLA werd gesteund door de Sovjet Unie en de FNLA, via de CIA, door de Verenigde Staten. En of dat niet genoeg was, mengden ook Cuba en Zuid-Afrika zich in de strijd.

Maar wat de situatie in Angola echt chaotisch maakte, was een totaal gebrek aan overzicht of coördinatie. Iets wat Kapuściński vanaf zijn eerste woorden duidelijk maakt. Het is een oorlog zonder regie of organisatie, ‘door iedereen op eigen gezag gevoerd’, schrijft hij. Informatie is er nauwelijks, ophanden zijnde aanvallen tracht hij af te lezen aan de schepen voor de kust van Luanda die bij geruchten van mogelijke bombardementen de zee opvaren en aan de horizon voor anker gaan.

Hij is dan in hotel Tivoli, tevens het beginpunt van de verfilming. We zien hoe Kapuściński (Miroslaw Haniszewski) daar als een gekooide vogel vastzit. Hij is op dat moment de enige westerse journalist in het land, de enige die nieuws over de oorlog naar buiten kan brengen, maar hij zit vast in een stad waaruit iedereen die kon gevlucht is en die nu als een lam dier wacht op de genadeklap, de onvermijdelijke aanval die steeds weer wordt uitgesteld. In een hotel waar niets anders te doen is dan drinken aan de bar met de paar andere, lokale journalisten die gebleven zijn. Tot hij dan toch die helse tocht aanvangt naar de verraderlijke binnenlanden, en de geheimzinnige bevelhebber Farrusco. Een tocht die leidt over een pad bezaaid met lijken en checkpoints waar een verkeerde begroeting je dood kan betekenen.

De la Fuente en Nenow gieten deze scènes in een animatiestijl die, ook door het onderwerp, onherroepelijk doet denken aan Ari Folmans Waltz with Bashir. Een stijl die veel diepte en niveaus in het beeld creëert, waarbij de makers er niet voor terugschrikken om de soms bijna impressionistische beelden die Kapuściński schetst met hallucinante beelden als uit de grond spuwende tanks en geweren te visualiseren. De animatiescènes worden doorsneden met interviews met een aantal nog levende mensen die Kapuściński destijds op zijn pad tegenkwam. Dat is een sterke zet van de makers. Die interviews halen je uit het verhaal, en dat is bewust. Ze herinneren eraan dat het geen totale fictie is waar we naar kijken. En de tussenliggende decennia en daarmee gekomen reflectie, creëert een extra laag in de film. Die overigens ook het gemis doet voelen dat we Kapuściński zelf, overleden in 2007, niet kunnen horen.

Ook omdat de film hier en daar ‘loopjes’ met het boek neemt die ik persoonlijk problematisch vind. Aanpassingen zijn natuurlijk onvermijdelijk in een verfilming, maar de keuzes schuren. Zo is de scène waarin Kapuściński de charismatische MPLA-strijder Carlotta (Olga Boladz) ontmoet een samenstelling van een aantal scènes in het boek die het moment een stuk dramatischer maakt. En ze krijgt in het boek nooit de kans de heldin te worden die ze in de film is, binnen negen pagina’s is ze alweer verdwenen. Dit soort ingrepen lijken een heldendom te zoeken in het verhaal. En de personages, vooral ook Kapuściński zelf, lijken in de film vaak redelijk doelmatig te handelen, terwijl een essentie van het boek in mijn ogen nu juist een soort koortsachtige richtingloosheid is.

Maar wat vooral ook wringt aan de manier waarop Kapuściński wordt neergezet, is dat de makers aan zijn doen en laten een ethische dimensie geven, terwijl ze tegelijk voorbijgaan aan de controverse rond het werk van de Poolse journalist, die niet altijd even zorgvuldig met feiten omging en zichzelf soms in situaties zou hebben geschreven waar hij eigenlijk niet bij aanwezig was. Vooral een moment waarop hij twijfelt of hij bepaalde informatie die de koers van de oorlog kan beïnvloeden wel of niet aan de redactie in Polen moet communiceren (een moment dat overigens niet in het boek zit), voelt daardoor oneigenlijk en tegelijk doet het tekort aan het werk van Kapuściński.

Want hoewel je uiteraard vraagtekens kunt en dus misschien wel moet zetten bij zijn werkwijze, staat buiten kijf dat hij een grandioos schrijver was die met Nog een dag diep wist door te dringen in wat het betekent mens te zijn in deze burgeroorlog gegijzeld door buitenlandse machten, in deze hel op aarde. Hij deed dat in de traditie van Gonzo journalisten als Hunter S. Thompson of Tom Wolfe, maar dan zonder de harddrugs. Al leest Nog een dag evengoed als een trip. Een bad trip door een land dat stinkt naar dood en angst en waarin geen plek is voor helden of doorslaggevende beslissingen, alleen voor doorploeteren, tot je niet meer op je benen kunt staan.

Leuk? Deel het even!
Typ en klik enter om te zoeken