Nu aan het lezen:

Al je helden zullen vallen

Al je helden zullen vallen


Cinema creëert heldendom; we verafgoden de acteurs, actrices en filmmakers die ons dag in, dag uit meeslepen naar bizarre werelden, die vaak (of soms) verrassend veel op de onze lijken. Ze lijken onze binnenwereld te kennen, de cineasten, ze lijken ons te begrijpen. Logisch dat we ze helden noemen, maar al sinds de Grieken over hun helden schreven, is duidelijk: elke held(in) zal vallen.

Een held(in) is een persoon (in een literair werk) die, wanneer gevaar dreigt, de tegenslagen overwint door bekwaamheid, moed en kracht, en offert daarbij vaak zijn/haar persoonlijk belang op voor het algemeen belang. Het is het klassieke verhaal van Prometheus, die het vuur stal van de goden om het aan de mensen te geven. Het is, boven alles, fictief.

We verafgoden acteurs. Zien we nog het verschil tussen de superhelden die ze spelen en hun dagelijkse gang van zaken? Of zien we hun leven als een aaneenschakeling van hoogtepunten (gezien door een instagramfilter), waar ze volledig vrij zijn; elk land waar ze heen willen, kunnen ze heen en elke film die ze willen maken, kunnen ze maken. In deze films lijken ze ons te kopiëren, lijken ze ons onbewust te kennen en precies zo te handelen of spreken dat wij er in ons dagelijks leven onze problemen mee op kunnen lossen of onze gedachtesprongen vooruit kunnen maken.

Deze acteurs schrijven we karaktertrekken toe op basis van de films die we van ze zien en we zijn met stomheid geslagen als ze vallen, deze helden, als ze verleid worden door het kwaad. Dit zijn de helden die we elke dag via onze computer/tv onze huiskamer in halen. We dachten niet dat ze zo zouden zijn. Hoe kon hij/zij?

De held is, zoals ik hierboven al heb geschreven, een literaire vorm. Elke held volgt grofweg dezelfde arc; hij/zij zal iets op moeten offeren, moet vallen voordat hij/zij weer kan oprijzen. Dat is de klassieke structuur; die moet worden gevolgd.

Als we het heldendom toeschrijven aan mensen die we niet kennen, geven we ze niet alleen hun beeltenis op een sokkel of de verering die daarbij hoort; we geven ze ook de val mee, omdat deze net zo bij de held hoort als verering. In deze driehoek (rijzen, vallen en weer opstaan) opereren alle helden.

Het gaat mis wanneer we de val van een held niet pikken, of niet verwachten. We geven mensen van vlees en bloed een literaire vorm, maar klagen vervolgens over diezelfde vorm wanneer het zich ontwikkelt. Dat is niet alleen niet terecht, het is zelfs zinloos.

Zodra je een cineast of acteur/actrice een heldenstatus toedicht, weet je van jezelf: die zal vallen. Elke filmmaker wiens films je verslindt, wiens poster je boven je bed zou willen hebben hangen en wie je – als er een miraculeus toeval optreedt – zal ontmoeten/trouwen, die filmmakers verander je in helden en zo profeteer je hun ondergang.

Helden vallen allen en vallen allen op een andere manier. Dat maakt hen interessant, en onvoorspelbaar. Dat is waarom we ze blijven volgen. Het gros van de filmmakers valt op de volgende manieren: artistiek, narcistisch, in een stortvloed, in een ruzie, afvlakkend, misogynistisch of uit machtswellust.

Sommige helden vallen in artistiek opzicht; ze maken niet meer de glansrijke films uit het begin van hun carrière. Francis Coppola is hier een goed voorbeeld van, want hoewel ik zelf erg gecharmeerd was van Tetro (2009) en Twixt (2011) kunnen deze films niet op tegen The Godfather (1972), The Conversation (1974) of Apocalypse Now (1979). Of wat te denken van Paul Schrader, die na Taxi Driver (1976), Raging Bull (1980) en Cat People (1982) steeds mindere scenario’s af ging leveren? Vergelijkbaar zijn de carrières van Lone Scherfig of Sam Taylor-Wood.

Andere filmmakers slaan een artistiek pad in waar je in verdwaalt. Ik kijk graag naar de latere films van Terrence Malick als Knight of Cups (2015) of zijn laatste, Song to Song (2017), maar veel liefhebbers van eerder werk (Badlands, Days of Heaven) kunnen hem niet volgen. Wie kijkt er nog het nieuwe werk van Sally Potter?

We zien acteurs zich verliezen in het sterrendom (Mickey Rourke, die zijn eigen artikel verdient over zijn val) of verdwijnen in alledaagse bijrollen (Anthony Hopkins, Michael Caine). Soms komen ze gewoon in zo veel films voorbij dat we vergeten zijn dat ze vroeger uitzonderlijk waren (Diane Keaton, Morgan Freeman, Samuel L. Jackson).

Cineasten ruziën met elkaar (Lars Von Trier en Nicolas Winding Refn) en kennen alleen verliezers. Ze raken hun scherpe randjes kwijt (David Cronenberg, Tim Burton, Oliver Stone) die hen ooit het heldendom opleverde. Kijk naar de laatste films van grote makers als Chaplin en Hitchcock en zet die weg tegen eerder werk, kijk naar de representatie van vrouwen in de films van Christopher Nolan, Edgar Wright of David Fincher. En dan heb ik het nog niet eens over de #metoo-discussie die de carrières van Kevin Spacey, Dustin Hoffman of Louis C.K. voor altijd een nare bijsmaak geeft.

Ik vind het interessant dat iemand als Quentin Tarantino voor zichzelf het maximum van tien films heeft gesteld, en dus nog twee werken af zal leveren voordat hij stopt als regisseur. Zijn reden is dat hij weinig tot geen regisseurs kent die in hun laatste werken op oudere leeftijd nog geweldig waren, nog inspireerden. Maar kun je met een vroegtijdig pensioen je val als held voorkomen?

Is er niemand meer die we rustig op een voetstuk kunnen zetten zonder dat we bang hoeven te zijn dat we die er na vijf jaar weer vanaf moeten trekken? Misschien niet, tenzij we de val gaan accepteren, de ondergang zien als een deel van de held.

Leuk? Deel het even!
Typ en klik enter om te zoeken