Nu aan het lezen:

A Star is Born

A Star is Born

Als het momentumloze A Star is Born eindelijk naar een slot toe begint te werken, merkt een personage op dat alle muziek bestaat uit dezelfde twaalf noten. ‘The same story, told over and over again.’ Wat ertoe doet is hóe je die noten speelt. Het is alsof Bradley Cooper zich indekt tegen kritiek op het feit dat zijn regiedebuut de derde remake is van een film uit 1937. Met zo’n metareferentie bewijst Cooper zichzelf echter geen dienst. Hij roept vooral de vraag op wat hij denkt toe te voegen aan de eerdere versies van A Star is Born.

Het verhaal leent zich prima voor meerdere interpretaties door de decennia heen: een mannelijke showbiz-ster (een acteur in de eerste twee versies, een muzikant in de laatste twee; hier Cooper als rockster Jackson Maine) ontdekt een getalenteerde vrouw (in dit geval Lady Gaga als Ally). Ze krijgen een relatie en hij bezorgt haar een succesvolle carrière. Terwijl haar ster stijgt, daalt de zijne, mede door zijn alcoholisme. De jongere vrouw komt steeds meer in de positie van zorgdrager voor haar man.

Je zou zeggen dat er in 2018 wel andere dingen te doen vallen met dit gegeven dan in 1937, 1954 en 1976. Cooper komt echter niet met nieuwe inzichten over verslaving, zelfopoffering, de harde wereld van showbusiness of de verwachting dat een vrouw er altijd voor haar man zal zijn; wat al die thema’s betreft blijft hij oppervlakkiger dan bijvoorbeeld de versie uit ’54, met James Mason en Judy Garland. Sterker nog, veel scènes uit die film voelen inhoudelijk moderner aan dan de on the nose-statements van Cooper en zijn co-scenaristen Eric Roth en Will Fetters. Wat vroeger subtekstueel bleef, spreken personages nu letterlijk uit. ‘Ik wil mezelf niet kwijtraken,’ zegt Lady Gaga als haar nieuwe manager haar een imago aanmeet. ‘Het is jouw schuld niet, het is een ziekte,’ zegt ze tegen Bradley Cooper over zijn drankmisbruik. Overbodige platitudes die niets aan de verbeelding overlaten. Het enige waaraan je merkt dat deze dialogen 21e-eeuws zijn, is dat ze soms geïmproviseerd aanvoelen.

Het is zonde van de twee mooie vertolkingen, want Cooper en Gaga overtuigen allebei. Cooper kan fantastisch verdwijnen in een rol, vooral als hij een lul speelt: The Hangover, American Hustle, American Sniper, Guardians of the Galaxy. Films van wisselende kwaliteit, maar Cooper is altijd even goed. Hij is niet bang om onsympathiek over te komen, omdat hij alleen maar de waarheid over zijn personage wil tonen. En die is nu eenmaal niet altijd even mooi. Dat geldt in A Star is Born ook voor Jackson Maine: Cooper is vooral indrukwekkend als Maine zich bezuipt en misdraagt. Goed, Cooper doet gewoon heel goed wat we van hem gewend zijn. Gaga is echter de grote verrassing van de film als de verlegen Ally. Haar gevoel voor melodrama kenden we al van haar muziek, maar ze blijkt ook mooi ingetogen te kunnen spelen.

In een interview stelde Cooper tamelijk pretentieus: ‘The music is a character in the movie.‘ In dat geval kunnen we stellen dat de derde hoofdrol in A Star is Born een saai en diepteloos personage is. Dat Cooper zichzelf als rockster cast en dan zelfgeschreven nummers zingt komt over als ijdeltuiterij, maar dat is niet zo erg; groter probleem is dat die nummers ruk zijn. Hetzelfde geldt voor Gaga’s danspopliedje Why Did You That, en voor het nummer dat geschreven werd om dé hit van de film te zijn, de schreeuwerige powerballad Shallow. Eerlijk is eerlijk, hoe vreselijk dat nummer ook is, Gaga geeft een van de beste vocale performances van haar carrière, en het is realistisch dat dat lied een hit zou worden – het is in het echt ook een hit. Minder overtuigend is Ally’s ‘ontdekkingslied’. Het is een belangrijke scène: die waarin de gevestigde ster haar voor het eerst ziet optreden, en de magie overslaat. De versie uit 1954 is legendarisch: Judy Garland bewijst dat ze thuishoort in een zeer select gezelschap van zangeressen die zowel technisch als emotioneel op uitzonderlijk niveau presteren met The Man That Got Away, wat mij betreft het best gezongen liedje in een filmmusical aller tijden. Je bent als kijker net zo omvergeblazen als James Mason. Daarbij verbleekt Lady Gaga’s versie van La Vie en Rose. Die is prima, maar niet het soort optreden waardoor je meteen een ster in haar zou zien. Is het eerlijk om iemand als Gaga te vergelijken met een van de beste zangeressen van de twintigste eeuw? Tja, de film suggereert zelf de vergelijking.

Deze A Star is Born is stilistisch rauwer dan zijn voorgangers (lees: mensen praten soms door elkaar heen en de camera weet niet altijd waar ie naartoe gaat), maar inhoudelijk voorspelbaarder en simpeler. Ook wie niet bekend is met het verhaal, zal elk plotpunt ruim van tevoren zien aankomen. Nooit maakt iemand een onverwachte keuze en geen enkele scène verrast in toon of stijl. Dan mogen die personages sterk gespeeld zijn (er zijn ook mooie bijrollen voor Sam Elliott en Andrew Dice Clay), als ze je op geen enkele manier verrassen en niets aan je fantasie overlaten, is twee uur en een kwartier in hun gezelschap een lange zit.

Veel filmliefhebbers vieren de terugkeer van het muzikale melodrama naar de bioscoop. Dat vind ik ook iets om te vieren. A Star is Born is echter een inspiratieloze kabbelfilm, misschien aardig om over een paar maanden thuis eens op te zetten als je een grote schoonmaak te doen hebt; maak je vooral geen zorgen dat je tijdens het stofzuigen iets relevants mist. Voor geslaagd muzikaal melodrama in de bios: bezoek nu het nog kan Mamma Mia! Here We Go Again, een film met interessantere ontwikkelingen en oprechtere huilmomenten. En veel betere muziek.

Leuk? Deel het even!
Typ en klik enter om te zoeken