Nu aan het lezen:

A Quiet Place

A Quiet Place


De Amerikaanse Midwest. Verstopt in het glooiende landschap: een boerderij. Veranda, pick-up truck. Graansilo. Alles badend in goudkleurig zonlicht. De wind ruist heel zachtjes door een uitgestrekt maïsveld. En dat is het enige wat je hoort. De familie die zich blootsvoets en zwijgend door dit tafereel beweegt, communiceert in gebarentaal. Omdat de oudste dochter doof is, maar vooral omdat ieder hardop uitgesproken woord hun laatste kan zijn. Want in de bossen rondom dit prachtige huis schuilen monsters die jagen met behulp van geluid. Ze zien niets en ruiken niets, maar horen alles.

A Quiet Place communiceert aanvankelijk ook in gebarentaal. We worden direct voorgesteld aan onze zwijgende hoofdpersonen en krijgen door middel van rondslingerende kranten een vlotte introductie in deze post-apocalyptische wereld. De monsters uit de ruimte zijn gearriveerd, ze jagen op geluid. De wereld zoals we die kennen, is niet meer. Het enige dat je verder nog moet weten, is hoe meedogenloos de vijand is — en ook daar komen we in de openingsscène achter, als de stilte jammerlijk wordt doorbroken en de familie een onoverkomelijk verlies lijdt.

Na een flinke tijdssprong neemt de film de tijd om zijn wereld verder uit te diepen. Niet alleen geluid is hier spaarzaam, ook de plot is onnadrukkelijk aanwezig. In scenes die losjes met elkaar verbonden zijn, wordt een beeld geschetst van het leven na de ondergang van de mensheid. Het praktische vernuft dat nodig is om in doodse stilte te leven, krijgt hier volop aandacht. Op trappen en vloeren zijn met verf de minst krakende planken aangegeven. Paden naar het huis worden bedekt met zand om het geluid van voetstappen te dempen. Er is een uitgebreid systeem van bakens, uitkijkposten en waarschuwingslichten. In de kelder knutselt vader (John Krasinski, die de film tevens regisseert) aan gehoorapparaten voor zijn dochter. We zien moeder (Emily Blunt) de was doen en het avondeten bereiden. ’s Avonds speelt het hele gezin een doodstil potje Monopoly. En er is een baby op komst. Ook als het ondenkbare is gebeurd, gaat het leven van alledag door.

Het wordt al snel duidelijk dat de stilte niet alleen de dodelijke aliens op afstand houdt, maar ook het vermogen van deze familie om te verwerken. Vader, moeder en de overlevende kinderen (Millicent Simmonds en Noah Jupe, allebei uitstekend) kunnen letterlijk de woorden niet vinden om hun rouw, verdriet en angst uit te drukken. Iedereen worstelt met schuldgevoelens over zijn of haar aandeel in de tragedie. Boven alles overheerst twijfel — wat betekent het om je naasten te beschermen in een wereld waarin je nooit veilig bent?

Dit wordt voor het overgrote deel zonder dialoog overgebracht op de kijker, en dat werkt wonderwel. Dat is onder andere de verdienste van de acteurs, die allemaal zeer expressief zijn zonder te vervallen in banale pantomime. Vooral Emily Blunt is bijzonder goed in het stil zijn. Ze voorziet haar personage van een indrukwekkend, stilzwijgend doorzettingsvermogen zonder aan warmte in te boeten. Krasinski zet zijn sympathieke voorkomen in om de innerlijke pijn van zijn familieman te onderstrepen. Maar zijn beste werk doet hij hier als regisseur. Samen met zijn director of photography, Charlotte Bruus Christensen, neemt hij de moeite de prachtige maar benauwende setting van de film zorgvuldig in kaart te brengen. Tegen deze achtergrond, zwanger van onheil, laat Krasinski zijn woordeloze vignetjes afspelen. Door op gezette tijden de doodse stilte te doorbreken en nadruk te leggen op geluid, creëert de regisseur een gespannen, maar ook melancholische sfeer. Zo is er een prachtig moment met een setje welbekende witte oordoppen en Neil Youngs Harvest Moon. En als rouwende maar standvastige moeder Emily Blunt met een stethoscoop de hartslag van haar ongeboren kind checkt, begrijp je opeens waarom ons koppel, ondanks alles, toch nog aan gezinsuitbreiding is begonnen. Deze momenten vormen het kloppend hart van de film en zijn absoluut overtuigend.

Het is daarom jammer dat Krasinski af en toe opeens lijkt te twijfelen aan zijn eigen vermogen om een verhaal zonder woorden te vertellen. De nogal viool-gerichte score is bij vlagen wel erg aanwezig, ook op momenten waar doodse stilte wellicht meer impact had gehad. Een scene bij een luide waterval stelt twee personages onverwachts in staat om daadwerkelijk een gesprek te voeren, maar de dialoog wordt voor een groot deel verkwanseld aan het luidop uitspreken van motivatie die allang duidelijk is geworden uit eerdere — woordeloze — scenes. En de camera beweegt net iets te vaak langs een whiteboard beklad met punten die goed van pas komen bij het volgen van de plot.

Gelukkig is er zo grondig geïnvesteerd in de personages en de omgeving dat je moeiteloos doorschuift naar het puntje van je stoel als Krasinski en de zijnen eenmaal de teugels laten vieren. De tweede helft van de film is in feite één grote set-piece, opgebouwd uit vakkundig escalerende nachtmerrie-scenario’s waarin iedereen de pay-off krijgt die hij of zij verdient. Door de spanning steeds precies op het goede moment even los te laten en dan weer aan te trekken, houdt de film de vaart er in. Het is zenuwslopend, maar ook zeer onderhoudend.

Naarmate de climax dichterbij komt, verschuift de focus van muisstil zijn naar zoveel mogelijk kabaal maken om te overleven. Het is een slimme zet — zowel voor de kijker als voor de belaagde familieleden werkt al die herrie als een catharsis. Eindelijk kan die oerkreet eruit. En ja, eindelijk kunnen we iets terugdoen — tegen de meedogenloze monsters uit de ruimte, en tegen die in onszelf.

Leuk? Deel het even!
Typ en klik enter om te zoeken