Nu aan het lezen:

9 keer REVEEEEEEENGE

9 keer REVEEEEEEENGE


Regisseur Coralie Fargeat noemt haar film Revenge, sinds deze week in de bioscoop, liever een wraakfilm dan een rape-revengefilm. Wraak is dan ook een heerlijk puur uitgangspunt om je film aan op te hangen: de motivatie van de hoofdpersoon is direct duidelijk. En de thematiek vaak ook: want kan wraak ooit bevredigen? Het Confuciaans klinkende gezegde ‘before you embark on a journey of revenge, dig two graves’ wordt niet voor niets zo vaak (direct of indirect) aangehaald.

Mooie aanleiding, dus, voor een lijstje beste wraakfilms. En daarbij kan je natuurlijk niet niet beginnen met de wraaktrilogie van Park Chan-Wook.

 

Sympathy for Mr. Vengeance (Park Chan-wook, 2002)

Het eerste deel van de Vengeance Trilogy draait om de doofstomme fabrieksarbeider Ryu die op een dag wordt ontslagen door een manager. Dit terwijl Ryu’s zus zeer dringend een niertransplantatie nodig heeft. Ryu probeert via een louche orgaanhandelaar zijn nier te ruilen voor een passende donornier, maar eindigt nog verder van huis: zonder geld en minus één nier. Aangespoord door zijn anarchistische vriendin besluit Ryu de dochter van een rijke zakenman te ontvoeren. Als dat ook de mist in loopt, zint de zakenman op wraak.
Luuk van Huët

 

Oldboy (Park Chan-wook, 2003)

De egocentrische zakenman Oh Dae-su mist de verjaardag van zijn dochtertje omdat hij zich liever katslam zuipt. Hij wordt door een vriend gered die zijn borg betaalt maar verdwijnt dan opeens van de straat. Hij wordt wakker in een cel waar hij vijftien jaar gevangen wordt gehouden zonder te weten waarom. Via een televisie ziet hij hoe zijn vrouw vermoord is en dat de politie hem verdenkt van de moord. Via een luikje in zijn celdeur krijgt hij elke dag eten en via slaapgas wordt er ingegrepen als hij zichzelf iets aan wil doen of als hij verzorgd moet worden. Ondertussen traint hij zijn lichaam om wraak te nemen door te (schaduw)boksen tegen zijn celmuur. Na vijftien jaar wordt hij op straat gedumpt met een koffer met geld en een mobiele telefoon. Oh Dae-su gaat dan op zoek naar zijn kwelgeest, maar die blijkt hem steeds een stap voor te zijn. Oldboy leunt op een geraffineerde samenzwering die langzaam wordt bloot gegeven en imponeert dankzij de prachtige cinematografie en de indrukwekkende actiescène waarin Oh Dae-su een legertje onderknuppels met een klauwhamer te lijf gaat.
Luuk van Huët

 

Lady Vengeance (Park Chan-wook, 2005)

Als Lee Geum-ja na dertien jaar onterecht vast te hebben gezeten in de gevangenis, omdat ze een vijfjarig jongetje zou hebben vermoord, vrijkomt vanwege goed gedrag en een blijkbare transformatie tot een vrome christen, duurt het niet lang voordat duidelijk is dat ze heel andere plannen heeft. Ook Lady Vengeance kent een meanderend, gelaagd plot waarin heden en verleden hecht met elkaar samengevlochten zijn. Iets minder grotesk dan de twee voorgaande films in de trilogie wat geweld betreft en een tikkeltje eleganter geschreven, blijft Lady Vengeance een duistere, venijnige film met een grimmig en groezelig moreel kompas. De soundtrack van de film verhoogt de opera-elementen van de film door de keuze voor stevige barokklanken met een speciale rol voor Caprice No. 24 in A minor van Paganini en Ah Ch’Infelice Sempre uit Cessate, Omai Cessate van Vivaldi. In Chan-wooks trilogie corrumpeert wraak iedereen die ermee te maken krijgt en alles wat men doet. Chan-wook wil laten zien dat wraak uiteindelijk zinloos is, in tegenstelling tot veel westerse wraakfilms. In Sympathy for Mr. Vengeance blijken alle goede bedoelingen zinloos en door onmacht en pech gaat het van kwaad tot erger, totdat de personages in staat zijn tot de grootste narigheid. Na de Vengeance Trilogy  zei Chan-wook wel klaar te zijn met het thema, maar wraak speelt alsnog een belangrijke rol in zijn latere films ThirstStoker en The Handmaiden.
Luuk van Huët

 

La tourneuse de pages (Denis Dercourt, 2006)

Zou er een wraakvariant van de bechdeltest bestaan, dan zou La Tourneuse de Pages daar met vlag en wimpel voor slagen. Ga maar na: een vrouw neemt wraak op een andere vrouw en niet vanwege een man. Misschien nog wel lovenswaardiger is dat hier geen geweld of seks aan te pas komt, maar enkel elegante manipulatie. De misleiding waar hoofdpersoon Mélanie zich van bedient, is zelfs dusdanig sterk dat ook oningewijde kijkers hier mogelijk aan ten prooi zullen vallen, waardoor La Tourneuse de Pages zich de eerste keer niet bepaald als gebruikelijke wraakfilm laat bekijken. Pas met kennis van het slot valt bij herkijken op hoe knap de film zijn publiek misleidt: door van Mélanie geen typische femme fatale te maken, maar haar juist neer te zetten als het braafste meisje van de klas. Een beetje tuttig gekleed, haar blonde haar permanent in een paardenstaart, lichte blos op haar wangen en pratend op fluistertoon: de bedeesde jongedame wel de laatste bij wie je wraakzuchtige gevoelens zou vermoeden. Dit onschuldig uiterlijk is niet echt een façade, al komt het zeker van pas voor Mélanies zorgvuldig uitgewerkte wraakplan. Hierin wint ze niet alleen het vertrouwen van de beroemde pianiste Ariane, maar ook haar affectie. Het zijn deze twee troeven die Mélanie hanteert om Arianes carrière en huwelijk te torpederen, al is dat laatste woord mogelijk ietwat misplaatst. Mélanie heeft immers geen wapens nodig om haar wraak te nemen: aan een goed gemikte speldenprik heeft ze genoeg.
Thierry Verhoeven

 

Katalin Varga (Peter Strickland, 2009)

Katalin Varga is een filmdebuut om u tegen te zeggen. Peter Strickland (Berberian Sound StudioThe Duke of Burgundy) maakte de film met geld uit de erfenis van zijn oom en week (om kosten te drukken) uit naar Roemenië. Aan het begin van de film zien we hoe Katalin (mooie rol van Hilda Péter) samen met haar tienjarige zoontje Orbán door haar man uit huis wordt gezet en met paard en wagen vertrekt. Het lijkt een vlucht, maar langzaam wordt duidelijk dat juist haar leven met haar man de ontsnapping was en ze nu op weg is naar wat ze eens ontvluchtte. Een verleden dat haar dwingt tot confrontatie. Dankzij de onheilspellende elektronische soundscape van Geoffrey Cox en Steven Stapleton hangt er over de hele film een gevoel van dreiging. Ook al glooien de velden nog zo vredig en schijnt de zon nog zo uitbundig, de donkere bossen zijn nooit ver weg. De wraakneming waar de film toe leidt is, zoals Strickland het zelf omschreef, als een ‘hall of mirrors’. Geen bevredigende catharsis maar een complexe tragedie waar uiteindelijk niemand wint.
Elise van Dam

 

Tulitikkutehtaan tyttö (The Match Factory Girl) (Aki Kaurismäki, 1990)


Of het nu het eten van een taartje in een café is, het verslinden van de bouquetreeks-boeken of het zitten aan de rand van de dansvloer, hopend op een uitgestoken hand; alles wat Iris (Kati Outinen) doet is een naar binnen geslagen schreeuw van verlangen. Een verlangen niet naar een groots leven, maar naar een kleine rimpeling in een kleurloos bestaan. Een verlangen dat, keer op keer onbeantwoord of verloochend, langzaam aan haar begint te vreten tot het een breekpunt bereikt. De typische deadpan, absurdistische humor die het werk van de Finse Kaurismäki zo kenmerkt is hier nog afwezig, maar elementen uit zijn kaalgeslagen visuele stijl, waarin hij zich schatplichtig toont aan Robert Bresson, zijn er al wel. De camera is vrijwel continu statisch en benadrukt zo de stilstand in het leven van Iris. Met een speelduur van 65 minuten is Tulitikkutehtaan tyttö in elk opzicht spaarzaam, behalve in zeggingskracht.
Elise van Dam

 

Death Proof (Quentin Tarantino, 2007)


Na de smakelijke hutspot van filmstijlen die Kill Bill was, maakte Quentin Tarantino wat vaak gezien wordt als een toetje: Death Proof is weer een film die opzichtig verwijst naar allerlei cultcinema, waarin een vrouw wraak neemt op een man, maar dan minder groots en ogenschijnlijk simpeler dan Kill Bill. Het feit dat de film oorspronkelijk deel was van een grindhouse-double-bill, samen met Robert Rodriguez’ Planet Terror, draagt ook bij aan z’n status als tussendoortje in Tarantino’s oeuvre — maar wat mij betreft behoort Death Proof tot zijn meesterwerken. Tarantino, die hier voor het eerst en (tot nu toe) laatst in zijn carrière zelf als DOP optrad, schiet een paar van de meest rauwe, viscerale actiescènes van deze eeuw. Maar Death Proof is meer dan een actiefilm. Hoewel verkocht als ode aan de B-films van de jaren 70 en 80, heeft hij ook veel gemeen met de Nouvelle Vague; een van de kenmerken van die stroming uit de jaren 60 was de nadruk op kunstmatigheid. De vierde wand werd doorbroken, het geluid liep niet synchroon. Death Proof kent ook een doorbreking van de vierde wand, maar vooral de beschadiging van het celluloid past in de Nouvelle-Vague-traditie. In de eerste helft lijken we te kijken naar een print uit de jaren 70 die al door heel wat onvoorzichtige operateurs is behandeld. In het wraakdeel van de film heeft de print echter geen krasje. Puur, schoon, nieuw celluloid. Wraak loutert.
Julius Koetsier

 

Ms .45 (Abel Ferrera, 1982)


Wraak loutert ook in Ms .45, dat zich net als Revenge op een mythisch oerniveau afspeelt. Zo heet de hoofdpersoon Thana (Thanatos is in de Griekse mythologie de verpersoonlijking van de dood – ook Marvelschurk Thanos ontleedt ) en is ze stom, maar niet doof. Thana wordt in een enkele avond niet eens, maar twee keer verkracht. De tweede aanvaller weet ze dood te slaan. Ze bewaart zijn lichaam in stukken in haar koelkast, om eens in de zoveel tijd een paar te dumpen tot groot genoegen van het hondje van haar buurvrouw. En als het hek van de dam is, is ze niet meer te stoppen. In het begin richt ze zich nog op aanranders en mannen die vrouwen echt lastig worden. Maar al snel is zelfs een scheve blik al grond voor executie, en in de bloederige, over-the-top finale, waarin Thana onvergetelijk gekleed is als non, is helemaal niemand meer veilig. Ze wordt gestopt, maar met een glimlach op haar gezicht: in de wraak heeft Thana eindelijk een manier gevonden om te spreken.
Hedwig van Driel

 

Point Blank (John Boorman, 1967)


Ook Walker, de hoofdpersoon die Lee Marvin in Point Blank speelt, is niet bepaald spraakzaam. Als is hij eigenlijk ook niet echt moordlustig: opvallend veel slachtoffers vallen per ongeluk, of door toedoen van iemand anders. Walkers beste vriend Mal Reese ging er vandoor met zijn gedeelte van de winst van een overval en met zijn vrouw, en liet hem bovendien voor dood achter op Alcatraz. Walker pakt zijn wraakmissie vrij systematisch aan, met gestreken gezicht: het is nu eenmaal wat je hoort te doen in dit soort situaties. En hij stopt niet bij Mal, want ja, dan heeft hij zijn geld nog niet terug. Zo onbewogen als Walker is, des te expressiever is de stijl van de film. Geluid loopt over van de ene scène naar de andere, kleuren worden haast abstract, alles lijkt wel een droom – sommigen hebben zelfs betoogd dat Walker de hele film hallucineert terwijl hij dood ligt te gaan. Een droom van wraak, om je dood ergens toch nog betekenis te geven? Ergens is Point Blank daardoor misschien de ultieme wraakfilm: zijn ze niet altijd ergens een droom waarin we betekenis proberen te geven aan de dood?
Hedwig van Driel

Leuk? Deel het even!
Typ en klik enter om te zoeken