Nu aan het lezen:

7 bijzondere essayfilms over steden en herinneringen

7 bijzondere essayfilms over steden en herinneringen

Naar aanleiding van Dawson City Frozen Time gingen Elise van Dam, Tim Bouwhuis en George Vermij op zoek naar films die door middel van archiefmateriaal de verborgen en verloren geschiedenissen van steden blootleggen. 

 

Of Time and the City (Terence Davies, 2008)

‘Home, school, the movies, and God’, vat Terence Davies zijn jeugd in Liverpool samen in deze essayfilm. Een simpele liefdesverklaring aan de stad waar hij in de jaren vijftig opgroeide is Of Time and the City niet. Davies vermengt oude en recentere archiefbeelden en smeedt daarmee een film over de tijd die de stad doet veranderen en daarmee de herinnering eraan. Want Liverpool is niet langer het Liverpool waar hij opgroeide. In een door hemzelf ingesproken voice-over spreekt hij de beelden aan elkaar met een toon die afwisselend warm, ironisch en afkeurend is. Geboren als de jongste van tien kinderen in een typisch working-class gezin, hekelt hij de klassenmaatschappij, maar hij ontleent er wel zijn identiteit aan. En hoewel niet alle veranderingen in de stad negatief zijn, betekenen ze wel een uitwissing van de tastbare handvatten van zijn herinnering. Dus is die afrekening met sommige facetten uit het Liverpool van zijn jeugd net zo goed een poging om het vast te houden; om het moment uit te stellen dat de herinnering enkel nog in de verbeelding bestaat.
Elise van Dam

 

Le Morte Rouge (Victor Erice, 2006)

Victor Erice’ korte essayfilm Le Morte Rouge gaat over een verloren plek die door de magie van cinema weer tot leven komt. Het Gran Kursaal in San Sebastian was een waar paleis. Een indrukwekkend casino dat in 1921 werd opgetrokken in de mondaine badplaats. Voor Erice bewaart het gebouw een bijzonder herinnering. Het was de plek waar hij voor het eerst een film zag. Die vertoning vormt voor hem de aanleiding voor een overpeinzing over tijd en de veranderende stad. Door middel van foto’s van het Gran Kursaal en filmbeelden probeert hij verloren gedachten terug te roepen. Zij geheugen wordt geprikkeld door de Sherlock Holmes-film The Scarlet Claw uit 1944, waar Erice’ film zijn mysterieuze naam aan dankt. Door middel van een Proustiaanse voice-over heeft hij het over zijn jeugd, de betovering van het witte doek en de Spaanse Burgeroorlog. Thema’s die naadloos aansluiten bij Erice’ andere films. Zo zien we in het prachtige The Spirit of the Beehive een piepjonge Ana Torent die in de ban is van het monster van Frankenstein. Ze ziet het gedrocht tijdens een vertoning van James Whales meesterwerk. De zwaarmoedige vader in El sur zoekt ook zijn troost in de bioscoop. Daar keert hij steeds terug naar een film waarin een oude vlam de hoofdrol speelt. Zo zijn herinnering, verlangen en film intiem met elkaar verstrengeld in zijn kleine, maar unieke oeuvre.
George Vermij

 

Los Angeles Plays Itself (Thom Andersen, 2003)


‘Los Angeles is where the relation between reality and representation gets modelled’ aldus Thom Andersen. In Los Angeles heeft de performance de realiteit ingehaald. Niemand weet nog wat we zien als het masker afgaat: de schijnvoorstellingen zijn de werkelijkheid zelf geworden. David Robert Mitchells recente revelatie Under the Silver Lake is het perfecte voorbeeld. De stad openbaart zich als een droom, een in nevelen gehulde schroothoop van urban myths en referenties naar Hollywood en haar iconen. De Amerikaanse filmmaker en academicus Thom Andersen (1943-) zal vermoedelijk geen al te grote fan van Mitchells cultuurorgie zijn. In een stad van leugens zoekt hij naar waarheden; de soms felle kritieken op de filmische representatie van zijn thuisstad zijn de rode draad van de openingsakte. Een prominent aanwezige voice-over (Encke King – vertrouwde Andersen z’n eigen stem niet?) leidt ons langs een stroom van misleidende filmfragmenten, vol met mythen over de stad en zijn inwoners. Andersen legt geografische incoherenties bloot (het gebrek aan continuity cuts in auto-achtervolgingen bijvoorbeeld) en buigt zich over de talloze films (onder meer Chinatown, L.A. Confidential) die de stad van engelen ontmaskeren als een broeinest voor corruptie en wetteloze transacties. In krap drie uur trakteert Andersen op een stortvloed aan beeldmateriaal en prikkelende observaties. Het is dan ook geen schande om de documentaire in delen te bekijken; details blijven beter hangen en raken minder snel verloren in de zee van informatie. De laatste tien minuten van Los Angeles Plays Itself schreeuwen om een vervolg. Andersen sluit af met wat je neorealistische L.A. cinema zou kunnen noemen: een selectie van onafhankelijk gefinancierde films die segregatie en onderdrukking aan de kaak stellen. ‘Je denkt toch niet dat je hier een gringo op straat zult zien?’ zegt een Mexicaanse winkeleigenaar tegen een bezoekster. ‘Die hebben hun eigen wijken.’ Op dat moment besef je je andermaal dat het verhaal van Los Angeles ook altijd het verhaal van blanke elites is geweest. En dat iedere representatie van de stad, hoe onschuldig cinefiel ook, impliciet onvermijdelijk een politieke lading met zich meedraagt. Van The Exiles (1961) tot Bush Mama (1979): wie regisseert Los Angeles reveals itself?
Tim Bouwhuis

 

Rohmer in Paris (Richard Misek, 2013)

Als iemand die zijn hart heeft verloren aan de cinema van Eric Rohmer had ik mijn bedenkingen bij deze film. Het zou toch geen brave en academische exercitie worden? Nee, dat is het gelukkig niet. Dit is een liefdesbrief vermomd als een boeiende essayfilm die ook genoeg vragen oproept. Regisseur Richard Misek houdt van Rohmer en zegt dat zelfs letterlijk in een oprechte scène waarin hij scènes uit zijn oeuvre analyseert. Dat neemt echter niet weg dat hij geen kritiek heeft ten opzichte van zijn werk. Misek gebruikt archiefmateriaal dat hij voorziet van doordacht commentaar. Zo weeft hij een web van verbanden rondom Rohmers oeuvre met Parijs als middelpunt. Wat heeft die stad toch te maken met zijn films? Een persoonlijke anekdote van Misek biedt uitkomst en geeft zijn hele verhaal nog een intieme laag mee. Dat maakt van Rohmer in Paris een perfecte staalkaart voor een goed filmessay waarbij een innige liefde voor het onderwerp niet onderdoet voor een nieuwsgierige en onderzoekende blik.
George Vermij

 

Innocence of memories (Grant Gee, 2015)

De stad als dynamisch speelveld waar oude herinneringen plaats maken voor nieuwe zie je terug in de mooie essayfilm Innocence of Memories van Grant Gee. De film neemt Orhan Pamuks boek The Museum of Innocence als uitgangspunt voor een associatieve documentaire over Istanbul. Het boek behandelt de obsessieve verlangens van de welgestelde Kemal voor de winkelbediende Füsun. Zij is ook het symbool van het oude Istanbul waar hij verliefd op is. Naarmate de affaire afsterft en hij zich moet schikken aan een huwelijk, verandert ook de stad. Om toch nog iets van haar te bewaren verzamelt Kemal obsessief objecten die hij in een museum tentoonstelt. Pamuk heeft eenzelfde museum gemaakt dat ook verwijst naar de geliefden in zijn roman. Het is een prachtige tijdmachine naar een verloren Istanbul dat door kleine details zoals een zomerse jurk, een kitscherige broche of een verzameling sigarettenpeuk wordt opgeroepen. Gee laat in zijn film in een voice-over de personages aan het woord over hun gedoemde relatie, maar monteert er ook interviews doorheen met Pamuk die zijn liefde voor zijn stad bekent.
George Vermij

 

My Winnipeg (Guy Maddin, 2007)

Als we het toch over het Canadese Dawson City hebben, dan mag Winnipeg ook niet ontbreken. My Winnipeg is Guy Maddins koortsdroom van een ode aan zijn geboortestad. Het is natuurlijk ook een reis terug in de tijd. Wat is het toch met die mysterieuze plek die ’s winters ijskoud is? Maddins zoektocht heeft iets Freudiaans. Zijn moeder is een terugkerende figuur en natuurlijk ontbreken de vrouwen niet en zijn eerste seksuele herinneringen. Winnipeg is voor Maddin vooral een sensuele locatie die hij met zelfgemaakte oude beelden weer tot leven wekt. Ondertussen komt hij met bizarre feiten, vreemde verhalen en persoonlijke anekdotes. Net als in zijn andere werk heeft Maddin een oog voor wat oude filmbeelden zo verleidelijk maakt. My Winnipeg heeft daardoor iets dromerigs en ongrijpbaars ook al probeert de film die oude tijden weer tastbaar te maken.
George Vermij

 

Wisconsin Death Trip (James Marsh, 1999)

James Marsh’ Wisconsin Death Trip is een meeslepende filmbewerking van het gelijknamige historische boek over Black River Falls. Een provinciaal gat in Wisconsin dat tussen de 19e en 20e eeuw een broedplaats was voor gekte, alcoholisme en geweld. Het archief van het gesticht werd als een van de bronnen gebruikt evenals een groot fotoarchief. Net als Dawson City Frozen Time zijn de beelden betoverend, maar ook erg schimmig. Ze geven een somber beeld van het harde bestaan in een Amerikaanse uithoek. Vooral de vrouwen hadden het zwaar te verduren in Black River Falls. Neem het tragische verhaal van Mary Sweeney die bekend zou staan als de window smasher. Haar ongenoegen met de beperkingen die haar leven bepaalden, reageerde zij af door ruiten in te gooien waarna zij in een gesticht belande. Zij vormt een van de kleurrijke figuren in deze prachtig geschoten en schokkende film over het mysterieus verleden van een stad die door de tijd is vergeten. 
George Vermij

Leuk? Deel het even!
Typ en klik enter om te zoeken