Nu aan het lezen:

Lean on Pete

Lean on Pete


Mensen hebben een band met paarden, en andersom. Al voordat we begonnen met jaren tellen, speelden paarden een belangrijke rol als vervoermiddel, als landbouwwerktuig en als trouwe kompaan, steun en toeverlaat. Deze verstandhouding verklaart waarschijnlijk de relatief grote rol die het dier inneemt in de populaire cultuur – de paardenfilm kan met recht een goed vertegenwoordigd subgenre genoemd worden.

Helaas is het ook een subgenre met een twijfelachtige reputatie. Titels als Black Beauty, The Horse Whisperer en Seabiscuit zijn synoniem aan sentimentele pap. War Horse is één van Spielberg’s minste films. Paarden worden vrijwel zonder uitzondering geportretteerd als nobele, waardige dieren met integere persoonlijkheden. Dat is mooi, maar ook een beetje suf.

Het recente The Rider liet al zien dat er meer achter de band tussen mens en paard zit dan vaak wordt aangenomen. Het is wel degelijk mogelijk om een hechte relatie met een paard op te bouwen, maar dat vergt veel begrip en werk van de mens en niet alleen maar projectie. Dit is een les die Charley (Charlie Plummer), de hoofdpersoon in Lean on Pete, nog niet geleerd heeft. Bij gebrek aan volwassenen om op te leunen, verbindt de zestienjarige zijn hele emotionele hebben en houden aan het renpaard uit de titel. Charley’s moeder is al lang met de noorderzon vertrokken. Charley’s pa (Travis Fimmel) is een leuke gozer om mee in de kroeg te zitten en houdt duidelijk van zijn zoon, maar als opvoeder en rolmodel is hij minder geschikt – daarvoor is hij te gecharmeerd van bier en van de serveersters die het voor ‘m inschenken. Charley koestert warme herinneringen aan een tante die hij in geen eeuwen heeft gezien, maar die woont inmiddels een paar staten verderop. Geld is er niet en ambitie daarom ook niet. Charley’s avondmaal is een pak koekjes, in z’n eentje genuttigd voor de tv.

Dat weerhoudt Charley er niet van zijn dagen te beginnen met een flinke ronde hardlopen. Op één van die rondes komt hij in contact met Del (Steve Buscemi, die nog steeds als geen ander weet hoe je in een bijrol met beperkte screen time maximale indruk maakt), een wat schimmig figuur die z’n brood verdient met wat nog het meest lijkt op drag racing, maar dan met paarden in plaats van opgevoerde auto’s. Charley mag wat vuil werk opknappen voor Del en ontpopt zich al snel tot zijn vaste rechterhand. Even lijkt de relatie ook op emotioneel gebied op te bloeien, zeker als Chloë Sevigny’s door de wol geverfde en sympathieke paardrijder het surrogaatgezinnetje compleet komt maken en Charley zich over het paard begint te ontfermen. Maar al snel blijken ook deze volwassenen ten prooi te zijn gevallen aan cynisme, hebzucht, desillusie en bovenal een allesoverheersend opportunisme. Een paard is geen huisdier en zeker geen vriend, een paard is gewoon een paard en als een paard het niet meer doet, krijgt het een enkele reis naar Mexico cadeau. Wat er daar met het dier gebeurt laat zich raden.

Zover laat Charley het natuurlijk niet komen: als zijn vader het definitief laat afweten en Del het bevel geeft de uitgerangeerde Pete om te laten brengen, neemt de totaal afgeknapte tiener de teugels in handen. Jongen en paard gaan op de vlucht, de wijde wereld in en een ongewisse toekomst tegemoet. Het is op dit moment dat de relatie tussen de twee definitief op de voorgrond treedt en het sociale drama van de eerste helft plaats maakt voor een emotionele odyssee van mens en dier. Een paardenfilm dus.

Gelukkig maakt regisseur en scenarioschrijver Andrew Haigh, die een roman van Willy Vlautin bewerkte, hier de verstandige beslissing om de kraan met sentiment stevig dicht te draaien en de beslommeringen van de jonge Charley met gepaste (en alsmaar toenemende) afstand te volgen. Zijn relatie met het paard is eigenlijk strikt eenzijdig – hij prevelt ellenlange anekdotes tegen het dier, maar Pete lijkt er net zo onbewogen onder als het weidse, lege landschap dat zich om Charley heen uitstrekt en hem steeds meer lijkt op te slokken.

Waar de trektocht van Charley nog dromerig aanvangt, verandert hij steeds meer in een koortsachtige nachtmerrie. De wereld is geen plek voor een kind op drift, alle hoopvolle gedachten – en alle romantische clichés uit de popcultuur – ten spijt. Honger en dorst en ook de dood liggen altijd op de loer. De film maakt dit duidelijk aan de hand van een reeks vignetten uit de zelfkant van het bestaan, waarin we de verloedering en verharding van Charley gestalte zien krijgen. We zien Charley hier geen wijze lessen leren of een geforceerde karakterontwikkeling doormaken – hij doet alleen wat nodig is om te overleven terwijl de omstandigheden steeds grimmiger worden.

Dit spreekt voor de film, maar het is wel jammer dat Lean on Pete uiteindelijk wat langdradig wordt in het opeenstapelen van deze scenario’s. Er had best een minuut of tien aan ellende weggelaten kunnen worden zonder aan impact in te boeten. Ook al omdat Charlie Plummer’s indrukwekkende acteerwerk heel goed duidelijk weet te maken wat onze hoofdpersoon doormaakt. In één specifiek moment, waarin Charley voor de spiegel staat en zichzelf onder ogen komt, weet de acteur zoveel over zijn personage te vertellen met alleen een blik dat verdere uitleg over zijn reis eigenlijk overbodig is.

Gelukkig doet Lean On Pete uiteindelijk recht aan zijn ontroerende en bewonderenswaardige hoofdpersoon. In een prachtige, eenvoudige slotscène krijgt Charley de ontlading die hij verdient. Geen grootse gebaren of wederopstanding – gewoon een kind dat eindelijk even een kind kan zijn.

Recensie door Ramon Boers

Leuk? Deel het even!
Typ en klik enter om te zoeken