Nu aan het lezen:

10 keer in de bajes: de beste en bruutste gevangenisfilms

10 keer in de bajes: de beste en bruutste gevangenisfilms


Deze week verscheen de remake van Papillon in de bioscoop. Het leven achter tralies blijft filmmakers fascineren. Daarnaast biedt die premisse ook de mogelijkheid voor spannende ontsnappingen, want wat heb je te verliezen behalve je ketenen? Dit beklemmende gegeven inspireerde onze redactie tot het maken van een lijstje met de meest bijzondere en brute gevangenis- en ontsnappingsfilms. 

 

Escape from Alcatraz (Don Siegel, 1979)

Escape from Alcatraz behoort tot de hoogtepunten in het oeuvre van regisseur Don Siegel en acteur/regisseur Clint Eastwood. Het op ware gebeurtenissen gebaseerde verhaal over de enige succesvolle uitbraak uit de beruchte Alcatraz-gevangenis, gelegen op een eiland in de baai van San Francisco, is beide mannen op het lijf geschreven vanwege hun voorliefde voor stoïcijnse, praktisch ingestelde professionals die van geen wijken weten. Frank Morris (Clint Eastwood) is zo’n man: intelligent, vindingrijk en moedig genoeg om het tot dan toe onmogelijke te proberen. Hij wordt in zijn voornemen om te ontsnappen gesterkt na een ontmoeting met de autoritaire directeur van de gevangenis (Patrick McGoohan). Diens mensonterende beleid drijft een van Morris’ medegevangenen, Doc (Roberts Blossom), tot een wanhoopsdaad: nadat zijn schilderspullen in beslag zijn genomen hakt hij met een bijl een aantal vingers af. Morris is vastbesloten om deze daad te wreken door uit te breken, hierbij geholpen door John Anglin (Fred Warden), Clarence Anglin (Jack Thibeau) en Charley Butts (Larry Hankin). De rest van de film wordt besteed aan de nauwgezette, bijna obsessieve manier waarop de gevangenen hun ontsnapping voorbereiden en uitvoeren. Uiteindelijk verlaten slechts Morris en de Anglin broers Alcatraz daadwerkelijk; of zij de vrijheid hebben bereikt of zijn verdronken laat de film in het midden. Feit is dat de drie mannen nooit meer zijn teruggezien, en dat op 21 maart 1963, minder dan een jaar na de werkelijke ontsnapping op 11 juni 1962, de gevangenis op Alcatraz werd gesloten. Tevens gebaseerd op het gelijknamige boek van J. Cambell Bruce.
Rob Comans

Out of Sight (Steven Soderbergh, 1998)

De meeste films over ontsnappingen uit de gevangenis bouwen de hele film op tot de ontsnappingspoging. Out of Sight niet: de opbouw naar de ontsnapping is heel summier, schetsmatig. We krijgen eigenlijk alleen stukjes te zien, net genoeg om ongeveer te snappen hoe het plan in elkaar steekt. Het gaat er dan ook vooral over wat er ná de ontsnapping gebeurt met gevluchte gevangene Jack Foley en de stoere marshall Karen Sisco. Nou ja: Karen is getuige, en wordt samen met Foley een achterbak in gepropt. Daar praten ze over waarom hij ontsnapte… en over Faye Dunaway. Bonnie and ClydeNetwork3 Days of the Condor. Het voelt als een knipoog van regisseur Soderbergh: ja, ik weet dat jullie al eens eerder films hebben gezien over criminelen, over ontsnappingen. Daarom hoef ik niet alles uit te leggen. Toch?
Hedwig van Driel

 

Escape from New York (John Carpenter, 1981)

Deze SF-actiefilm met popculturele invloeden en een milde dosis maatschappijkritiek is een van John Carpenters beste producties, waarin ex-commando en veroordeelde rouwdouwer Snake Plissken (onvergetelijke rol van Kurt Russell) opdracht krijgt om de Amerikaanse president (Donald Pleasence) terug te vinden. Na een poging van terroristen om de Air Force One te kapen is deze met zijn ontsnappingscapsule in New York terechtgekomen. En in 1997, het jaar waarin de film speelt, heb je dan een probleem. De autoriteiten hebben van de stad namelijk één grote, ommuurde gevangenis gemaakt, bestemd voor de meest geharde, onverbeterlijke criminelen. Plissken moet de president binnen 22 uur weer heelhuids terug zien te brengen, anders mislukt de topontmoeting met China en Rusland waarnaar de president op weg was, en zal Plissken het niet overleven. Dat is het startsein voor een ronkende reeks van stunts, gevechten, achtervolgingen en ontsnappingen in een heerlijk spannende film die zichzelf nergens te serieus neemt, en wordt bevolkt door kleurrijke personages zoals taxichauffeur Cabbie (Ernest Borgnine), uitvinder Brain (Harry Dean Stanton), kick-ass chick Maggie (Adrienne Barbeau), VS-politiecommandant Hauk (Lee van Cleef) en lokaal alfa-mannetje annex misdaadbaas The Duke (Isaac Hayes). Snake Plissken is Mad Max, Rambo en James Bond ineen, en zijn anti-autoritaire houding en laconieke humor zijn vaak zo over the top dat ze op de lachspieren werken. In 1996 maakte regisseur Carpenter een (minder geslaagd) vervolg: Escape from L.A.
Rob Comans

 

Chopper (Andrew Dominik, 2000)

Eric Bana’s doorbraakrol als de Australische crimineel Mark ‘Chopper’ Read wordt gedreven door een transformatie waar Christian Bale nog een puntje aan kan zuigen. Door vier weken junkfood te eten kreeg Bana het logge lichaam van Read, maar het is vooral zijn fenomenale acteerwerk waardoor Bana Chopper weet te belichamen: een psychotische blik en een ontwapenende glunderlach wisselen elkaar moeiteloos af, waardoor de levensgevaarlijke onvoorspelbaarheid van de infameuze moordenaar zorgt voor tal van nagelbijtscènes. Het gevangenisleven wordt geschoten met een klinische esthetiek, waardoor geweldsuitbarstingen die de verveling verscheuren bijna dankbaar worden ontvangen, maar zodra Chopper weer vrij is gelaten wordt zijn belevingswereld opeens excessief kleurig en chaotisch. Regisseur Andrew Dominik streefde naar ‘visual overload’ om de paranoïde mindset van Read weer te geven. De film toont aan dat Chopper zich buiten de gevangenis niet meer kan aanpassen aan het normale leven: geweld is een onderdeel van zijn leven en bepaalt hoe hij met zijn vrienden en zijn vriendin omgaat, laat staan zijn vermeende vijanden. Chopper is gebaseerd op een autobiografie van Read, die door het schrijven van boeken een Bekende Australiër werd die meer dan 500.000 exemplaren van zijn boeken verkocht. Hoeveel slachtoffers Chopper heeft gemaakt is nog steeds niet geheel duidelijk geworden; zijn schaamteloze zelfpromotie heeft zelfs de waarheid omgelegd.
Luuk van Huët

 

Escape from Absolom (Martin Campbell, 1994)

Voor hij furore maakte met de twee beste James Bond-films van de laatste drie decennia, regisseerde Martin Campbell in 1994 een scifi-actiefilm die je eerder van iemand als John Carpenter zou verwachten. In de toen nog verre toekomst van 2022 is het Amerikaanse gevangenissysteem volledig geprivatiseerd en worden gevangenen met levenslang gedumpt op het afgelegen eiland Absolom. Hier geen cellen, muren of bewakers, maar wel een dodelijke strijd tussen twee groepen gevangenen. De beschaafde Insiders proberen hun relatieve vrijheid zo vredig mogelijk te benutten, maar krijgen het regelmatig aan de stok met de maniakale Outsiders, die waarschijnlijk hun rolmodellen vonden in de schurken uit de Mad Max-films. Door deze constante overlevingsstrijd heeft ontsnappen niet de hoogste prioriteit, maar in het geheim wordt daar wel degelijk aan gewerkt. Niet zozeer omdat men meent de vrijheid te verdienen, maar simpelweg om bij de buitenwereld te informeren over de gruwelen die zich op het eiland voltrekken. Desondanks werd de film in de Verenigde Staten gek genoeg uitgebracht als No Escape. Dat klinkt als een uiterst oninteressante film, maar het is ook gewoon ‘false advertisement’. Vandaag de dag is Escape from Absolom vooral interessant vanwege zijn cast. Zo stikt het van de overgekwalificeerde charactor actors (Lance Henriksen, Ernie Hudson en Ian McNiece, om er maar een paar te noemen) en valt niemand minder dan Ray Liotta te aanschouwen als cynische actieheld. De show wordt echter gestolen door Stuart Wilson, die als charmant gestoorde schurk de ene na de andere giller afvuurt.
Thierry Verhoeven

 

Papillon (Franklin J. Schaffner, 1973)

‘Me they can kill, you they own’ – met deze woorden hekelt non-conformist Henri ‘Papillon’ Charriere (Steve McQueen) de gedweeë volgzaamheid van zijn vriend Louis Dega (Dustin Hoffman) in deze gevangenisklassieker, gebaseerd op Charrieres autobiografische roman Papillon (1969). Hierin verhaalt de criminele auteur over zijn gevangenschap en uiteindelijke ontsnapping van Duivelseiland, een tropische hel voor de kust van Frans-Guyana en laatste halte voor de zwaarst gestraften in Frankrijk. Tijdens de bootreis naar het eiland ontmoet Papillon de valsemunter Dega, en biedt hem bescherming aan in ruil voor financiële ondersteuning van Papillon’s poging om van Duivelseiland af te komen. De twee worden vrienden en ondernemen samen een aantal onsuccesvolle ontsnappingspogingen. Uiteindelijk berust Dega in zijn lot, iets waar de onverzettelijke Papillon zich niet toe kan brengen. Dus doet hij op hoge leeftijd alsnog een laatste, hachelijke gooi naar de vrijheid… Prachtig in beeld gebracht door Fred J. Koenekamp, voorzien van een meeslepende score door Jerry Goldsmith, met glansrollen voor McQueen en Hoffman en met een eersteklas scenario van Dalton Trumbo, Lorenzo Semple Jr. en William Goldman is Papillon zowel een spannend gevangenisdrama, een ode aan de vrijheid en een wijze levensles. Onvergetelijk is, naast het veelbewogen einde, de droomscène waarin een rechtbank Papillon ervan beschuldigt zijn leven te hebben verspild. Zijn antwoord is even kort als veelzeggend: ‘schuldig’. De remake van deze klassieker is nu te zien in de bioscoop.
Rob Comans

 

Cool Hand Luke (Stuart Rosenberg, 1967)

De beste gevangenisfilm aller tijden?  Look no further,  Stuart Rosenbergs Cool Hand Luke. Punt. ‘What we’ve got here is failure to communicate.’ De sleutelzin van de film opende het album Use Your Illusion II van Guns ’n Roses in 1991, maar zet in de film meteen de toon. Oorlogsveteraan Luke (Paul Newman in zijn beste rol) wordt voor een dronken vergrijp twee jaar veroordeeld tot de chain gang en komt vrijwel direct recht tegenover gevangenisbaas The Captain (Strother Martin) en Boss Godfrey te staan, de laatste een eeuwig zwijgende bewaker met reflecterende zonnebril.  Al gauw ontpopt de eeuwig grijnzende Luke zich tot een bijna Christus-achtige figuur onder de gevangenen – een baken van hoop in alle ellende, een martelaar die zich alle beledigingen (die sleutelzin!) en straffen laat welgevallen. De symboliek ligt er inderdaad dik bovenop – er is zelfs een gesprek met God dat vrijwel rechtstreeks uit de Bijbel is overgenomen. Maar bruter en intenser is het leven in een gevangenis zelden verfilmd. En Newman, Paul Newman. Wat een rol. Als je niet van Luke houdt aan het eind van de film, dan is er echt iets met je mis.
Vincent Hoberg

 

Un Prophète (Jacques Audiard, 2009)

In dit Franse arthousedrama speelt de Algerijns-Franse acteur Tahar Rahim de jonge crimineel Malik, die veroordeeld is tot een gevangenisstraf van zes jaar voor vechten met politieagenten. Zonder criminele contacten, 19 jaar oud en analfabeet moet Malik zich aansluiten bij de Corsicaanse maffia die in de gevangenis een oorlog uitvechten met de moslims die het andere machtsblok vormen. De Corsicaanse leider, César Luciani, dwingt Malik om Reyeb, een getuige in een proces om te brengen. Malik wordt getraumatiseerd door deze gebeurtenis en begint verschillende partijen tegen elkaar uit te spelen als wraak. Zo neemt hij zijn lot weer in eigen handen. Regisseur Jacques Audiard maakte met Un Prophète een vernuftige film die magisch-realisme en de grimmige realiteit succesvol met elkaar weet te vermengen tot een vermakelijk en intens boeiend geheel. Malik is geen standaard protagonist, maar hij doet wat hij moet om te overleven en weet langzaam maar zeker de spelregels naar zijn voordeel om te buigen. Het ontbreken van een moralistische ondertoon zorgt ervoor dat de film een stuk minder voorspelbaar is dan je zou verwachten. Soms loont misdaad uiteindelijk toch en wens je de crimineel een happy end.
Luuk van Huët

 

The Big Bird Cage (Jack Hill, 1972)

In de jaren 70 ontdekten Amerikaanse regisseurs dat ze voor een habbekrats films konden schieten in de Filipijnen, waar exotische locaties op elke straathoek te vinden waren, stuntlieden goedkoop en door een angstaanjagend gebrek aan zelfbehoud bereid waren om de meest van de pot gerukte stunts uit te voeren. Daarnaast had de lokale filmindustrie al een infrastructuur opgebouwd om überhaupt films te kunnen schieten. Exploitation-regisseur Jack Hill schoot The Big Doll House in de Filipijnen in 1971 en maakte in 1972 een onofficiële sequel met The Big Bird Cage, wederom met Sid Haig en Blackploitation Queen Pam Grier. Het Women In Prison genre is nogal a guilty pleasure: naakt, veelal vrouwelijk, martelingen, gratuite lesbische seksscènes en catfights horen standaard bij het genre, maar in The Big Bird Cage speelt Hill met de genreconventies en maakte een parodie op het genre waardoor de film veel meer een plezierige kijkervaring oplevert dan andere Women In Prison-films. De chemie tussen Pam Grier en Sid Haig is aanstekelijk en de cast en crew hadden duidelijk veel lol tijdens het maken. Dat pik je als kijker ook snel op.
Luuk van Huët

Brute Force (1947, Jules  Dassin)

De ontsnappings-noir Brute Force heeft die naam niet voor niets. ‘The climax displayed the most harrowing violence ever seen in movie theaters,’ schreef film noir-expert Eddie Muller over de gigantische gevangenisrel aan het slot. Hoewel we nu meer gewend zijn, hakt die finale er nog altijd stevig in. Evenals de rauwe blik op het leven binnen de gevangenismuren, destijds nog behoorlijk onbekend terrein in de cinema. De manipulatieve kapitein Munsey (Hume Cronyn), die onrust zaait zodat hij straffen kan uitdelen en een gevangene tot zelfmoord drijft, is een blauwdruk voor elke sadistische gevangenisbewaarder die we daarna nog in het genre zouden tegenkomen. Regisseur Jules Dassin was een van de belangrijkste vormgevers van de naoorlogse noir, met The Naked City (1948), Thieves’ Highway (1949), Night and the City (1950) en het Franse Rififi (1955) als bekendste wapenfeiten. Geen van die latere films is zo hard als Brute Force, het sombere verhaal van een wanhopige ontsnappingspoging onder leiding van Joe (Burt Lancaster), wiens aan kanker lijdende vrouw buiten op hem wacht. Dassin liet zich inspireren door de Battle of Alcatraz, een twee dagen durende veldslag na een mislukte ontsnappingspoging in 1946.
Julius Koetsier

Leuk? Deel het even!
Typ en klik enter om te zoeken